Afgelopen woensdag was het Sederavond, de vooravond van Pesach. Hierbij wordt de Haggada sjel Pesach gelezen, een liturgie met teksten, zegenspreuken en liederen. Twee onderdelen hiervan zijn niet in het Hebreeuws opgesteld, maar in het Aramees: Ha lachma 'dit is het brood' en het slotlied Chad gadja 'een geitje'.
Zo zijn er nog een aantal onderdelen van de joodse liturgie in het Aramees opgesteld. Met Jom Kippoer leest men het Aramese Kol nidré 'alle eden'. Een minjan is nodig om het Kaddisj 'heilig' te mogen bidden; dit gebed komt in verschillende varianten voor verschillende gelegenheden voor. Tot slot het lied Jah Ribbon 'HEER, Heer'.
Het schrift is het bekende kwadraatschrift en de taal heeft veel overeenkomsten met Hebreeuws, dus heel moeilijk is het niet. Wat opvalt, is dat deze teksten, hoewel ze Aramees zijn, vol staan met Hebreeuwse vormen, woorden of zinssnedes. Maar hoe verhoudt het Aramees zich ten opzichte van de taal van andere corpora, bijvoorbeeld het Bijbels Aramees van Ezra en Daniël, de taal van de Targoemiem (Aramese bijbelvertalingen) en de Gemara (het Aramese deel van de Talmoed)?
De summer school bestaat uit vijf online lessen in juli en augustus (datums en tijden in overleg). Kennis van Hebreeuws of een andere Semitische taal is vereist.
Reactie plaatsen
Reacties